Algemene Muziekleer Jazz & Pop

Modulecode
M-JP-AML
Vakgebied
Theorie
Credits
2
Groepsgrootte
10
Lesweken
30
Lesduur
50 minuten per week
Contacttijd totaal
25 uur
Studietijd
59 uur

Vorm / inhoud / niveau

Ingangsniveau
Toegelaten tot de bachelor.
Competenties
Zie Competentie Matrix.
Leerdoelen
Deze module heeft tot doel:
het opdoen van vaardigheid in noteren en transponeren
(basis-) begripsvorming met betrekking tot algemene muziekleer en notatie
globale historische oriëntatie.
Samenhang
Deze module hangt samen met Tilt Band en de theorievakken gehoortraining en harmonieleer.
Inhoud
Muziekschrift
oefenen in muziekschrijven en –lezen
leren hanteren van stijltypische notatievormen
algemene muziekleer
sleutels, maatsoorten, intervallen, accoorden, toonladders, modi
verschijningsvormen en interpretatie van accoordsymbolen
muziekvocabulair, ook Duits en Engels
basisbegrippen m.b.t. akoestiek en stemming
instrumentenkennis: globale werking, notatie en omvang van contrabas, basgitaar, piano, gitaar, drums, trompet, trombone en saxofoon oefenen in transponeren
globale historische oriëntatie:
kennismaking met stijlen, vormen en bezettingen.
Werkvormen
Groepsles.
Media / leerstof / repertoire
Eigen materiaal docenten.
Studentactiviteit
nvt

Toetsing en beoordeling

Toetsvormen
Op het einde van elk semester schriftelijk en mondeling tentamen.
Criteria
De student kan met betrekking tot:
het muziekschrift: correct en leesbaar schrijven, effectief en efficiënt noteren
algemene muziekleer: sleutels: notennamen noemen van een genoteerd fragment in viool-, bas, tenor- en altsleutel
maatsoorten: een ritmisch motief in elke maatsoort noteren, aangeven hoe verschillende maatsoorten zich bij maatwisseling verhouden
intervallen: uit het notenbeeld alle intervallen benoemen en op of onder een gegeven toon noteren
akkoorden: genoteerde akkoorden van een doelmatig akkoordsymbool voorzien, akkoordsymbolen omzetten in notenschrift, in de praktijk voorkomende, zeer diverse wijzen van symboolnotatie
toonladders en modi: ze uit het notenbeeld benoemen, bij een naam (bv D-phrygisch) de noten noemen, bij een gegeven akkoord of akkoordsymbool "passende" toonladders noemen
terminologie: de betekenis aangeven van op muziek betrekking Nederlandse, Duitse, Engelse en Italiaanse termen en begrippen
akoestiek en stemming: basiskennis demonstreren (bv zie Algemene Muziekleer – Theo Willemze – Aula 1987)
instrumentkennis: globale werking, notatie en omvang aangeven van contrabas, basgitaar, piano, gitaar, drums, trompet, trombone, clarinet, fluit, altfluit, viool, altviool, cello
transponeren: een melodie of akkoord transponeren naar een andere toonsoort, een melodie of akkoordenschema omzetten van het ene transponerende instrument naar het andere stukken uit het jazz en pop repertoire, op het gehoor uitsluitsel geven over vorm, bezetting en stijlperiode, kenmerkende aspekten beschrijven van soli en begeleiding.
Normering
De student is voor elk van de 2 toetsen geslaagd bij een beoordeling van 5,5 of hoger.
Procedure bij toetsing
Beide toetsen worden beoordeeld door de groepslesdocent, eventueel samen met een andere docent van dezelfde module.
Herkansing
Zie de Onderwijs- en examenregeling.

Samenvatting van de module

Bij deze module worden vaardigheden in noteren en transponeren, en basisvorming met betrekking tot algemene muziekleer en symboliek, en - in basale vorm - muziekgeschiedenis in 30 wekelijkse groepslessen geleerd en getraind.